Pen

Column 

Ik weet het. Ik ben een beetje een rare vogel. Maar jullie zijn ook raar! Vlieg maar een eindje met me mee. Figuurlijk dan.

Mijn avontuur begint op een heerlijke avond eind juli. Ik mijmer nog wat na over mijn vakantie. Nét terug. Geen vuiltje aan en in de lucht. Ik voel me kiplekker, zit goed in mijn vleugels.

Ineens schrik ik mijn staart uit mijn kont: KABOEM!

Met een bezwete voorkop hang ik in een boom naast metrostation Pernis. De tak wordt lava. Maar dit is geen spel! Heet! Ik ben verdorie nota bene een ijsvogel! Mijn warmoranje borst wordt onzichtbaar door de feloranje gloed aan de hemel, mijn snavel staat in de hens en mijn poten trekken kromrond om de tak. Wegwezen hier! Compleet oververhit strijk ik neer op een veilige en minder warme boom bij VV Pernis.

De volgende dagen is alles weer zo goed als normaal. Mijn relaxte after-vakantiegevoel keert terug. Ik hengel naar visjes, verorber een modderkruipertje en neem een badje. Deze ontspanning duurt helaas maar even. ’s-Avonds ruik ik een olieachtige zwavelgeur. Voelt niet lekker! Het lijkt mij dat er deze keer wél een vuiltje aan of in de lucht is. Ik spuug zure braakballetjes uit. Bah!

Een dag later voel ik me weer beter. Ik twijfel. Is dit rare dorp wel een plek waar ik gewenst ben? Vertrekken of blijven? Gelukkig is het inmiddels weer vredig stil boven het dorp. Ik geniet van de rust rondom die grote machtige pijpen, mijn prachtige uitzicht en voel me ontspannen. Toch maar blijven?

En dan. Zie ik daar twee rolstoelen in de bosjes liggen? Zonder mensen er in? Raar! Wonderbaarlijke genezingen? Zie ik dit wel goed? Ik twijfel aan mezelf. Tóch oververhitte hersentjes opgelopen? Tóch schadelijke stoffen ingesnaveld? Ben ik nou zo raar of zijn zij daar beneden zo raar?

Even een stukje vliegen dan maar. Als een blauworanje raket neem ik de vleugels, snor laag door het dorp en in één rechte vlucht ram ik iets. Koppijn! Groggy word ik wakker. Een raam. Een man. Een apparaat. Na de flits ben ik weer helemaal bij.

Ik weet wat die man heeft. Jaja, ik ken het! Ik ben vereeuwigd op de gevoelige plaat! Blij krabbel ik op! Ik voel me vereerd! Bewonderd! Gewenst! Ik ben er uit; ik blijf in dit dorp. Wij zijn een match! Beide af en toe een beetje raar, maar o zo mooi!

J.